carrousellezen:
In groepjes van 3 of 4 kinderen moeten de kinderen elkaar voorlezen uit een boek dat zij pas hadden gelezen. Tijdens het nagesprek in de kring waren een paar vragen belangrijk:
1. hoe heet het boek?
2. wie heeft het boek geschreven?
3. wie is / zijn de hoofdperso(o)nen?
4. waar vindt het verhaal plaats?
5. Wat is de belangrijkste gebeurtenis?
6. waarom moet iemand het boek wel / niet lezen?



We maken tijdens ons leesonderwijs gebruik van het zgn. tutorlezen en maatjeslezen. Tutorlezen betekent dat leerlingen uit een hogere groep leerlingen uit groep 3/4 minimaal 1 x per week begeleiden tijdens het leesonderwijs.
Door het tutorlezen hopen we de technische leesvaardigheid van onderbouwleerlingen positief te ontwikkelen.
Bij de bovenbouwleerlingen streven we met tutorlezen 2 doelstellingen na: samenwerkend leren en vergroten van zelfvertrouwen bij ‘zwakkere’ lezers.
Het tutorlezen wordt door iedereen als positief ervaren.
Maatjeslezen houdt in dat binnen een vaste groep (bijv. groep 3/4) vaste koppels minimaal
1 x per week gedurende een beperkte tijd samen bijv. woordjes lezen. Leerlingen helpen en stimuleren elkaar tot het goed lezen van een bepaalde opdracht.



